Er kwamen steeds meer mensen en er kwam steeds meer vervuilende industrie. Het rivierwater werd steeds smeriger. Water drinken werd een gevaarlijke bezigheid. Je kon er ziek van worden of eraan doodgaan. In de dichtbevolkte steden heerste regelmatig cholera. Een ziekte die zorgde voor hoge sterftecijfers.
De gegoede burgerij zag het probleem niet zo. Zij hadden geld genoeg om schoon water uit schone gebieden over te laten komen. Ze vonden dat al die ziekten meer te maken hadden met losse zeden en drankmisbruik. De overheid vond dat het een zaak was van de mensen zelf. Ze moesten het zelf maar oplossen.
Tappunt Haarlemmerpoort
De eerste waterleidingen in Nederland ontstonden op particulier initiatief. Het eerste tappunt was bij de Haarlemmerpoort. Eigenaar was de Amsterdamse Duinwater Maatschappij, het eerste drinkwaterbedrijf in Nederland. Het water kwam via 20 kilometer lange buizen uit de duinen. Daar bevonden zich – en bevinden zich nog steeds – grote hoeveelheden natuurlijk gezuiverd water.
De bekende schrijver Jacob van Lennep was een van de initiatiefnemers. Het waren de Amsterdamse bierbrouwers die, voor een meer efficiënte en constante aanvoer van zuiver water, de stimulans gaven tot de ontwikkeling van een leidingnetwerk.