De negentiende eeuw - Wat weet jij van kraanwater?

De negentiende eeuw

Eerste particuliere waterbedrijf
Toen in de negentiende eeuw (tussen 1800 en 1900) fabrieken en industrieën kwamen (we noemen dat het tijdperk van de Industriële Revolutie) werd de drinkwatervoorziening een probleem.

Er kwamen steeds meer mensen en er kwam steeds meer vervuilende industrie. Het rivierwater werd steeds smeriger. Water drinken werd een gevaarlijke bezigheid. Je kon er ziek van worden of eraan doodgaan. In de dichtbevolkte steden heerste regelmatig cholera. Een ziekte die zorgde voor hoge sterftecijfers.

De gegoede burgerij zag het probleem niet zo. Zij hadden geld genoeg om schoon water uit schone gebieden over te laten komen. Ze vonden dat al die ziekten meer te maken hadden met losse zeden en drankmisbruik. De overheid vond dat het een zaak was van de mensen zelf. Ze moesten het zelf maar oplossen.

Tappunt Haarlemmerpoort

Haarlemmerpoort of Willemspoort in 1896 - Foto Jacob OlieDe eerste waterleidingen in Nederland ontstonden op particulier initiatief. Het eerste tappunt was bij de Haarlemmerpoort. Eigenaar was de Amsterdamse Duinwater Maatschappij, het eerste drinkwaterbedrijf in Nederland. Het water kwam via 20 kilometer lange buizen uit de duinen. Daar bevonden zich – en bevinden zich nog steeds – grote hoeveelheden natuurlijk gezuiverd water.

De bekende schrijver Jacob van Lennep was een van de initiatiefnemers. Het waren de Amsterdamse bierbrouwers die, voor een meer efficiënte en constante aanvoer van zuiver water, de stimulans gaven tot de ontwikkeling van een leidingnetwerk.

 

Riool en waterleiding gescheiden

Met de komst van de drinkwaterleidingen begon men te begrijpen dat drinkwatervoorziening en riool gescheiden van elkaar moesten blijven. In het begin was het moeilijk om iedereen ervan te overtuigen een aansluiting op de waterleiding te nemen. Het kostte namelijk geld. Voor arme mensen was de keus al gemaakt; vervuild maar gratis water uit sloot of gracht.

 

Jacob van Lennep

Jacob van Lennep

Volgens de overlevering zat de bekende schrijver en landsadvocaat Jacob van Lennep op een zonnige middag te werken in de tuin van zijn buitenhuis ‘Manpad’ in Heemstede. Zijn vrouw schonk hem een vers glas duinwater in, dat je daar gewoon uit de pomp kon halen. Spontaan zou toen het idee zijn geboren om dit duinwater te gaan leveren aan Amsterdam.

Zoals dat geldt voor wel meer historische anekdotes, is het verhaal te mooi om waar te zijn. Maar het staat buiten kijf dat Jacob van Lennep een doorslaggevende rol speelde bij de oprichting van het eerste drinkwaterbedrijf; de Amsterdamse Duinwater Maatschappij.

Het eerste tappunt was bij de Willemspoort (de huidige Haarlemmerpoort). Hier werd duinwater voor een cent per emmer verkocht. Vanaf 1853 pompte de Amsterdamse Duinwater Maatschappij steeds meer kubieke meters schoon duinwater naar de hoofdstad.