Lang geleden - Wat weet jij van kraanwater?

Van prehistorie tot Romeinen

Waterputten en aquaducten
In de prehistorie gingen mensen wonen waar water was. Later bouwden de Egyptenaren en Romeinen putten en aquaducten

Prehistorie

De eerste primitieve mensen waren sterk afhankelijk van de natuur. Ze gingen wonen waar water was. Zij vestigden zich aan de rand van een rivier of bij een natuurlijke bron. Daar hadden ze direct water bij de hand.

De eerste waterputten in Egypte

Ongeveer 7000 jaar geleden ontdekten de mensen dat je water kan vinden door het graven van putten. In Egypte zijn putten teruggevonden waarvan de wanden bekleed waren met bamboetwijgen. Het water werd opgehaald met emmers en leren zakken.

In die tijd zijn ook al waterleidingen aangelegd door greppels uit de rotsen te hakken of door geulen in het zand te graven. Later gebruikten de Egyptenaren holle palmbomen als waterleidingen. In China, Java en Japan maakte men leidingen van bamboe.

Romeinen bouwden Aquaducten

Vier eeuwen voor het begin van onze jaartelling bedachten de Romeinen hoe ze hun drinkwater van de ene plaats naar de andere konden brengen. Ze bouwden aquaducten (aqua ductus = waterleiding).

Aquaducten waren stenen bouwwerken die dienden om water over grote afstanden van het platteland naar de drukke steden te laten stromen. Veertien aquaducten voerden water naar Rome. Van daaruit werd het water verdeeld over de verschillende stadsdelen. Vooral de rijken, de thermen en de openbare fonteinen maakten gebruik van dit waterleidingnet. Wil je meer weten over aquaducten? Op deze website vind je heel veel informatie.

Klik hier voor een filmpje over het water in het oude Rome

Waterleidingbuizen

Na de ineenstorting van het Romeinse Keizerrijk vervoerden de aquaducten lange tijd geen water meer. De technische kennis ging verloren. Mensen waren niet in staat om de kapotte aquaducten te repareren. Ze moesten weer naar rivieren, meren en putten toe voor hun water. De bewoners moesten zelfs dragers inhuren om water te halen.

Toen de Romeinen in Nederland waren (vanaf 57) maakten zij gebruik van waterleidingbuizen die gemaakt waren van lood of van gebakken klei. Na het vertrek van de Romeinen uit onze gebieden probeerden de Germaanse stammen hetzelfde te doen met uitgeholde boomstammen. Pas in 1850 waren er buizen van gietijzer.