In Nederland is grofweg de helft van de mensen voor hun drinkwater afhankelijk van oppervlaktewater. Dat is water uit het IJsselmeer of de grote rivieren. De andere helft is afhankelijk van grondwater. In Nederland stellen we hoge eisen aan drinkwater. Om aan die eisen te kunnen blijven voldoen, is er schoon oppervlaktewater en schoon grondwater nodig.
Tropische zomers
De zomers in Nederland worden steeds warmer. In de komende jaren zal de gemiddelde temperatuur nog een paar graden stijgen. Onze zomers gaan dan steeds meer lijken op tropische zomers. Klinkt lekker, maar voor het drinkwater is dat niet gunstig. Er komen langere, droge periodes aan, afgewisseld met stortregens. En dat betekent meer vervuiling in het water.
In droge periodes komt dezelfde hoeveelheid industriële vervuiling en vervuiling van huishoudens
in het water, maar dat wordt niet verdund met regenwater. Tijdens stortregens kunnen riolen overstromen, waardoor er extra vuil in het water terechtkomt. De zuivering van het water wordt daardoor moeilijker.
Meer bacteriën
Door de stijging van de temperatuur wordt ook het water in Nederland warmer. Hierdoor kunnen
bacteriën zich sneller vermenigvuldigen. Het water in Nederland komt nu bijna nooit boven de 25 °C. Als dat in de toekomst wel gebeurt, is het mogelijk dat bacteriën meer kans krijgen om in ons water te groeien.
Zoet wordt zout
Als de aarde opwarmt, stijgt de zeespiegel. Oftewel de hoeveelheid zout water neemt toe en de hoeveelheid zoet water neemt af. Daardoor kan het zoute water steeds verder onze rivieren in stromen. Bij de riviermond is er altijd brak water (zout en zoet water door elkaar). Zout water is zwaarder dan zoet water en als het zoute water toeneemt en het zoete water afneemt,
dan dringt het zoute water steeds meer landinwaarts. Dat kan bij waterzuiveringsinstallaties
voor problemen zorgen, omdat deze niet zijn ingesteld op zout water.