Vloeistof, damp en ijs - Wat weet jij van kraanwater?

Drie gezichten van water

Vloeistof, ijs en waterdamp
De totale hoeveelheid water op aarde verandert nooit. Wel verandert steeds de vorm van het water, damp, vloeibaar of ijs. Als je water kookt, wordt het damp. En doe je het in de vriezer, krijg je ijs. Zo gaat het ook in de natuur.

Sinds het ontstaan van de aarde gaat het water al van de ene vorm over in de andere. Het water is continu op reis. Soms blijft het ergens langer, bijvoorbeeld als ijs van een gletsjer. Soms reist het supersnel: in een waterval of als regendruppel uit een wolk. De zon is de motor van de kringloop. Zij levert de warmte (energie) die het water activeert en in beweging houdt.

Drie gezichten van water

 

Water ken je het beste als een vloeistof. Vloeistof is het als water uit de kraan komt of in de rivier zit. Water verandert in ijs als het bevriest. Als ijs smelt verandert het weer in water. Water smelt en bevriest bij een temperatuur van 0 graden Celcius.

Water kan ook veranderen in waterdamp. Het water wordt dan een gas dat onzichtbaar is. In de lucht zit veel waterdamp. Maar dat kun je dus niet zien.

Verdampen en condenseren
Verdampen gebeurt bij elke temperatuur. Het kookpunt van water is 100 graden Celcius. Bij deze temperatuur verandert al het water in damp.

Als waterdamp kouder wordt, kan het weer in water veranderen. Dat noemen we condenseren. Adem maar eens tegen een koude ruit. Je ziet de damp uit je adem in water veranderen: condens.

Wolken zijn water
Condenseren (waterdamp dat afkoelt) gebeurt ook in de lucht. Hoog in de lucht is het koud. Door die kou condenseert de waterdamp tot water. Daaruit ontstaan wolken.

Wolken zijn eigenlijk ontelbaar veel druppeltjes bij elkaar. Soms is het zo koud in de lucht dat waterdruppels bevriezen. Zo ontstaan sneeuw en hagel.

Watermoleculen

IJs, water en waterdamp bestaan alle drie uit dezelfde kleine deeltjes: watermoleculen. Als watermoleculen koud zijn, blijven ze lekker rustig op hun plaats. Ze bewegen bijna niet. Het water is hard geworden, het is ijs.

Als het warmer wordt, gaan de watermoleculen bewegen en smelt het ijs. Als het nog warmer wordt dan schieten de moleculen heen en weer. Ze laten elkaar dan zelfs los. Het is waterdamp geworden.

Nog kleinere deeltjes

H2OWatermoleculen bestaan uit drie pietsiekleine deeltjes. Zo klein, dat ze met het oog niet te zien zijn. En ook niet met een gewone microscoop. We noemen die hele kleine deeltjes atomen.

Een watermolecuul heeft drie atomen: 2 waterstof-atomen, en één zuurstof-atoom. In de scheikunde hebben alle atomen een letter. Waterstof heeft de letter H en zuurstof een O. En als je dat achterelkaar zet heb je HHO, oftewel H2O. En dat is de code van water.