Oppervlaktewater is het water dat je kunt zien. Bijvoorbeeld in een rivier of een kanaal. Dit water is minder schoon dan grondwater. Dit komt doordat water in de grond al een beetje is schoongemaakt toen het door de zandlagen naar beneden stroomde. Zand is een soort filter.

Het schoonmaken van oppervlaktewater is dus wat ingewikkelder. Het gaat in een paar fases:
- Pompen brengen het rivierwater naar spaarbekkens. Dankzij filters blijven grote objecten en vissen achter in de rivier.
- Het water blijft vijf maanden in de spaarbekkens zitten. Daar ondergaat het een natuurlijke voorzuivering
- Vanuit de spaarbekkens gaat het water naar de zuiveringslocatie
- Microzeven houden de kleine deeltjes tegen
- In de volgende fase worden kleine ijzerdeeltjes toegevoegd aan het water. Dit ijzer werkt als een magneet voor het vuil. Hierdoor ontstaan vlokken in het water
- Vlokkenfilters en snelfilters halen de ijzervlokken met het ingesloten vuil uit het water
- Desinfectie met UV-licht en actieve koolfilters zorgen voor volledige reiniging van het water
- Het schone water wordt opgeslagen en vervolgens getransporteerd naar huizen, scholen en bedrijven.