Aardrijkskunde - Wat weet jij van kraanwater?

Aardrijkskunde

De waterkringloop
Het water kan nooit op gaan, maar verandert wel steeds van vorm. We gaan zelf proefjes doen om dat te zien gebeuren.

Water is voortdurend in beweging: het stroomt, van de bergen naar de zee en keert daar ook weer naar terug. Deze beweging noemen we de natuurlijke waterkringloop. De motor van deze kringloop is de zon. Door de warmte van de zon verdampt het water in zeeën en oceanen en stijgt het op als waterdamp. Doordat de waterdamp in steeds koudere lucht komt, condenseert het: de waterdamp verandert in waterdruppels. Al die druppels vormen samen wolken. Als de wolken te zwaar worden, vallen de druppels als regen, sneeuw, ijzel of hagel op het land. Daar begint het water weer een lange reis via sloten, beekjes, rivieren en kanalen naar de zeeën en oceanen. De kringloop is rond en het proces begint weer opnieuw.

In de les kunt u condenseren en verdampen heel eenvoudig laten zien met proefjes:

Water verdampen

U kunt dit de kinderen laten doen, of zelf voordoen. Let op: kokend water is heel heet en vraagt voorzichtigheid. Doe deze proef nooit zonder toezicht van een volwassene!

Nodig:

  • Water
  • Een waterkoker
  • Een spiegel

Opdracht 1:

Doe water in de waterkoker, zet de koker aan en beschrijf wat er gebeurt
Er stijgt stoom op vanuit de waterkoker

Opdracht 2:

Neem het spiegeltje en houd het voorzichtig zo'n 15 centimeter boven de opening van de waterkoker. Als er een laagje waterdamp op zit haal je de spiegel weg. Waar komen de waterdruppels op de spiegel vandaan? (LET OP: water in een waterkoker is heel heet. Doe dus heel voorzichtig of vraag je meester of juf het voor te doen)

Dit is het water uit de waterkoker wat eerst verdampt uit de koker steeg en door de spiegel weer afkoelde (condenseerde) tot waterdruppels

Opdracht 3:

We hebben nu water zelf verdampt. In de natuur verdampt het water ook. Dat gaat wel op een andere manier. beschrijf de verschillen tussen het proefje en de natuur.

In de natuur gaat het verdampen veel minder snel, ook wordt het water hier verwarmt door de zon en dus van bovenaf en niet van onderen. Als laatste verschil is het dat de waterdruppeltjes niet ergens tegenaan komen en condenseren maar op een bepaalde hoogte afkoelen en daar uit zichzelf condenseren en wolken vormen.

Wolk in een fles

Nodig:

  • plastic fles
  • heet water (niet kokend)
  • ijsblokjes

De proef

  • Vul de plastic fles met heet water
  • Laat de fles vijf minuten staan en giet dan driekwart van het water eruit.
  • Leg ijsblokjes op de opening van de fles en kijk wat er gebeurt.

De leerlingen zien dat een deel van het water in de warme lucht in waterdamp verandert. Wanneer deze damp in de buurt van het koude ijs komt, verandert deze in kleine druppeltjes. De waterdamp condenseert tot een wolk.

Invuloefening

Laat de kinderen deze waterkringloop-invuloefening doen. De antwoorden staan op de website.