Rekenen - Wat weet jij van kraanwater?

Rekenen met water

Hoeveel water gebruik jij?
Rekenen leren met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

Oefening

Vul de volgende woorden op de juiste plaats in:

emmer, tank, fles, thermoskan, spaarbekken, jerrycan, kopje.

  • 0,2 liter water doe je in een .....
  • 0,5 liter water doe je in een .....
  • 1 liter water doe je in een ....
  • 10 liter water doe je in een ....
  • 25 liter water doe je in een ....
  • 1000 liter water doe je in een .....
  • 10 miljoen liter water doe je in een .....

Waterdagboek

Hoeveel water verbuik je op een dag?

Nodig:

  • watermeter
  • Schrift
  • Pen

Opdracht:

  • Controleer de stand van de watermeter bij je thuis.
  • Noteer de beginstand in je schrift.
  • Houd precies bij hoe vaak je vandaag water verbruikt. Denk aan drinken, handen wassen, douchen, afwassen, tuin sproeien, etc.
  • Noteer de volgende dag, op hetzelfde tijdstip, de stand van de watermeter en noteer dat in je schrift.
  • Bereken hoeveel water julle gezin deze dag heeft gebruikt.
  • Hoeveel is dat per persoon
  • Geef aan hoeveel water je waarvoor hebt gebruikt. Klopt de som?

Variatie: U kunt deze oefening ook klassikaal doen wanneer de school een toegankelijke watermeter heeft.

De gemiddelde hoeveelheden water staan op deze pagina.